• Werkplekinrichting 'industriële werkplek'

Hieronder vindt u de samenvatting van dit kennisdossier. Deze en het complete dossier kunt u hieronder ook downloaden.

Opgesteld door
  • Huub Agterberg
  • Marieke Ketel
  • Paul de Heer
  • Rob Verkerke

Wat zijn de risico’s op de industriële werkplek?

Het werken in een industriële werkomgeving binnen organisaties brengt diverse risico’s met zich mee. Het meest in het oog springt het veiligheidsrisico zoals bij het werken met machines, het werken op hoogte, het werken in besloten ruimtes, verticaal transport, lassen, stralen/conserveren, elektriciteit, straling of aanrijding door de aan- en afvoer van goederen. Een tweede belangrijk risico is gezondheidschade die kan optreden door de lichamelijke belasting ten gevolge van herhaalde handelingen, lang staan of in een ongemakkelijke houding moeten werken. Er zijn echter nog veel meer risico’s die een rol kunnen spelen. Denk maar aan het omgaan met gevaarlijke stoffen, hoge of lage temperaturen, werken in lawaai en werkdruk

Hoe is te achterhalen of er risico's zijn?

Er zijn heel veel bedrijven die op industriële schaal goederen produceren. Dit kunnen concrete goederen zijn als elektronische apparatuur, kunststof voorwerpen, transportmiddelen, scheepsbouw, constructie werken, meubelen of minder grijpbare bulkproducten, zoals in de procesindustrie. Veel branches hebben een eigen systeem voor de RI&E. Of er voor uw branche een RIE is, kunt u zien op de startpagina RI&E. Ook worden via branches soms instrumenten aangeleverd die helpen bij het bepalen of een situatie risicovol is. Een voorbeeld is de vernieuwde leidraad lasrook.

Wat zegt de wetgeving?

De arbowet geeft aan dat de werkgever de werkomgeving zodanig in moet richten dat er geen gevaar is voor de gezondheid en veiligheid. In het arbobesluit en de arboregeling is dit nader uitgewerkt voor allerlei onderwerpen. In een industriële werkomgeving zijn de hoofdstukken over inrichting arbeidsplaatsen (III) gevaarlijke stoffen (VI), fysieke belasting (V), geluid, trillingen, straling en klimaat (VI), arbeidsmiddelen (VII) en persoonlijke bescherming en signalering (VIII) vaak belangrijk. Er zijn ook relevante arboinformatiebladen als AI 4: lawaai op de arbeidsplaats, AI 8: zittend en staand werk, AI 11: Machine veiligheid, AI 14: bedrijfsruimten: inrichting, transport en opslag, AI 17: hijs- en hefmiddelen, AI 29: fysieke belasting in het werk, AI 35: drukapparatuur.

Naast arbowetgeving zijn ook milieuregels relevant bij de inrichting van een industriële ruimte.

Wat is er aan te doen?

Inrichten werkomgeving

Voor het goed en veilig uit kunnen voeren van industriële werkzaamheden moet de omgeving de werkzaamheden goed ondersteunen. Dit betekent onder meer dat er passende verlichting moet zijn, het geluidsniveau acceptabel is, er adequate loop en rijroutes moeten zijn en de luchtkwaliteit in orde is. Wanneer gevaarlijke stoffen vrij komen, kan het nodig zijn te beoordelen of er voldoende ventilatie is om de ontstane luchtverontreiniging af te voeren.

Inrichten werkplek

Bij de inrichting van een industriële werkomgeving is in eerste instantie aandacht nodig voor het gebruik van veilige installaties en apparaten. Een belangrijk beheersinstrument is het zogenaamde CE-keurmerk. Daarnaast moet voor het in gebruik nemen iedere werkplek beoordeeld worden op risico’s voor de veiligheid en gezondheid. Concreet betekent dit het beoordelen of de werkplek ondermeer veilig toegankelijk is en bewegende of hete onderdelen afgeschermd zijn en er geen blootstelling aan schadelijke niveaus van geluid, trillingen of gevaarlijke stoffen plaats vindt.

Ook moet gekeken worden of de werkplek optimaal ingericht is voor de werknemer. Dit betekent dat de lichamelijke belasting binnen acceptabele grenzen blijft. Het betekent onder meer beoordelen of er niet te zwaar getild hoeft te worden, reikafstanden niet te groot zijn en niet te lang gestaan hoeft te worden.

Instructie

Veel industriële werkplekken kennen bijzondere taken en risico’s. Het is dan ook van belang dat de medewerker in staat is het werk goed en zonder risico voor de gezondheid en veiligheid uit kan voeren. Zo moet er een voor de medewerkers een begrijpelijke handleiding beschikbaar zijn voor alle apparaten. Ook moeten de medewerkers voorgelicht zijn over de risico’s en de wijze waarop ze zich kunnen beschermen. Daar waar relevant, moet in de werkomgeving aangegeven zijn welke risico’s of beheersmaatregelen van toepassing zijn.

Persoonlijke bescherming

Bij bepaalde werkzaamheden kan het nodig zijn om van persoonlijke beschermingsmiddelen gebruik te maken. Deze middelen moeten beschikbaar zijn op een voor de hand liggende plek, waar ze in goede staat en schoon opgeborgen kunnen worden. Als in de werkomgeving bekend is waar bepaalde beschermende middelen nodig zijn, hoort dit met bordjes te worden aangegeven.

Noodvoorzieningen

Iedere organisatie moet voorbereid zijn op een eventuele calamiteit. Binnen een industriële omgeving moet vooraf nagedacht zijn of men voldoende voorbereid is op een incident met eventueel aanwezige gevaarlijke stoffen. Hiervoor kunnen specifieke middelen nodig zijn (ademmasker, beschermende kleding, absorptiemateriaal).

In veel industriële werkomgevingen vraagt het aandacht om noodvoorzieningen als blusmiddelen en vluchtroutes vrij te houden van opslag. Meer informatie is te vinden in het dossier bedrijfshulpverlening.

Gezondheidsonderzoek

Voor medewerkers binnen een industriële werkomgeving moet op basis van de RI&E een periodiek arbeidgezondheidkundig onderzoek (PAGO of PMO) vastgesteld en aangeboden worden.

Wie gaan er slim om met deze problematiek?

Informatie over de arboaspecten van de inrichting van het industrie proces zijn te vinden bij:

de branche van metaalbedrijven

de branche van papier en karton fabrikanten

de branche van snoep en koekfabrikanten